Vandaag was het de dag van het openingscollege van professor politicologie Carl Devos. En daarbij passeren een hele rits partijvoorzitters de revue. Wat mij daaraan vooral opvalt zijn de grote verschillen in communicatiestijl.

Jean-Marie De Decker en Bruno Valckeniers trekken beiden van leer tegen alles wat ze tegenkomen, en geloven in niets meer. Zeer netagieve boodschap, de ene al wat gematigder dan de andere. Op twitter kon je de negatieve sfeer zelfs zonder de beelden te zien, vlot opsnuiven.

Het verschil met Wouter Van Besien van groen was immens. Van Besien verliet de veilige comfortzone van het spreekgestoelte, en vulde de ruimte vooraan de zaal. Zacht woordgebruik, een persoonlijk verhaal, en humor. De twitter commentaren switchen ogenblikkelijk van anti naar pro. Van Besien is ook de eerste die echt inhoudelijk gaat, en voorbeelden van realisaties aanhaalt. De eerste 2 waren gewoon tegen alles.

Alexander De Croo komt net na Van Besien, en kan dus niet anders dan ook diezelfde ruimte in te palmen. Hij steekt onmiddellijk van wal met een interactief moment met het publiek, een communicatieve always-winning. De Croo heeft blijkbaar ervaring in ‘spreken met impact’. De Croo haalt ook als eerste het 2.0 tijdperk aan, en wil naast participatie ook digitale inspraak. Het blijft echter wachten op inhoud van de blauwe kopman. Lichtpunt is wel dat hij volop pleit voor een positieve politiek.

Volgende in de rij is Bruno Tobback. Ook natuurlijk weer voor de kansel, en ook hij brengt de vorige spreker al snel in diskrediet. Hij toont ook goed aan hoe moeilijk het kan zijn om humor in speeches te stoppen. Hij legt echter wel een vinger op de wonde. De boodschap van de partijvoorzitter mag nog zo positief zijn, lokaal blijft het nog altijd een project van mensen. En die lokale voorzitter vraagt niet aan de nationale partij welke mensen hij of zij al dan niet op zijn lijst mag zetten.

Als voorlaatste is Wouter Beke aan de beurt. Hij start onmiddellijk met aan te geven dat hij niet grondig voorbereid was/is. Een communicatieve blunder van toch wel een redelijk formaat. Tenzij het grappig bedoeld was, maar dat was niet helemaal duidelijk. Nogal belangrijk. Ook hij geeft al vrij snel een sneer naar de collega’s, en blijft in het negativisme steken. Verder valt mij vooral de (te?) grote mate van herhaling op. Herhaling is goed, maar teveel van ‘t zelfde haalt wel het vuur en de passie uit je speech.

Last but not least N-VA kopstuk Bart De Wever. Debater pur sang, en dat wordt al snel duidelijk gemaakt. Zoals verwacht wel terug achter de kansel. En De Wever slaagt erin om onmiddellijk in 2 minuten tijd alle opmerkingen van de vorige sprekers richting zijn partij te counteren, én in te spelen om de beste humormomenten van de vorige sprekers. Hij geeft daarbij 2 tot 3 minuten van de hem toegemeten tijd ‘weg’, ten voordele van een op dat moment wel opnieuw wakkere en alerte aula. Voor de liefhebber van retoriek is dit optreden smullen. Inhoudelijk zou ik persoonlijk hebben gekozen voor een nog positievere boodschap. BDW is ook redelijk ver ‘over tijd’ gegaan. Gouden tip voor speeches: als je een kwartier tijd toegemeten krijgt, bereid dan best wat minder voor, en spreek wat trager.

Conclusie van de dag: Wouter Van Besien en Bart De Wever waren de enige sprekers op niveau, wat verder gevolgd door Alexander De Croo (en ik spreek over het niveau van communicatie, niet over de inhoud). De rest mag wat mij betreft zijn mediacel ‘ns deftig tot de orde roepen.

Wat mij vooral opvalt is dat geen enkele politicus bij dit college het heeft nagelaten om de vorige spreker binnen de eerste 3 zinnen aan te vallen, behalve de eerste, maar daar kwam ook niemand voor…. De laatste spreker deed dat ook, al was het op een humoristisch sublieme manier ;-). Ik ben alvast benieuwd naar 14.10.

De organisatie van dit openingscollege is alvast gesmaakt. Online streaming, in combinatie met een live-twitterfeed, levert alvast een mooie case op. Ik ben zeer benieuwd naar het aantal tweets met #UGent1410 erin.